Have an account? Log in or

Natuurlijke & biologische bestrijding

DelenShare on Facebook

Bladluis

wolluis

Een natuurlijke vijanden van de bladluis zijn:

Lieverheersbeestje

Aphidend vliegje

Aphilin vliegje

Sluipwesp

Chrysopia

Kalium zouten van vetzuren

Kevers

kever01

Capsenum

Larvenem aaltjes

Teranem aaltjes

Mineervlieg

mineer vlieg

Myglyphus(sluipwesp)

Rupsen, vlinder, Mot

vlinder-paars

Mirical

Pherodis

Watervalletjes

spint, mijt

spint

Entonem aaltjes

Capsenem

Trips

trips

Mirical

Spical

Spical plus

Spidend

Spidex

vlieg & Mug

Feeding Mosquito

Capsenum (mug)

Biofly (vlieg)

Entomite M (vmug)

Entonem (vmug)

Macro mite

Scia rid

Wantsen

wantsen

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Witte Vlieg

potato_whitefly_03

Delphibug

EN-Strip

Enermix

Ercal

Mircal

Limonoca

Wolluis

wolluis

Citripar.

Cryptobug

Savona

Meeldauw

meeldauw

Schimmelziekten zijn een probleem in veel gewassen.

Fusarium

fysarium

Fusarium oxysporum is een veelvoorkomende bodemschimmel

Virussen

virus

Elk gewas heeft wel één of meerdere virussen die het kunnen aantasten. Virussen zijn kleine infectueuze deeltjes die zich alleen in levende (planten)cellen kunnen vermeerderen, maar niet zelfstandig kunnen leven.

Natuurlijke bestuiving

hommel

De voordelen van natuurlijke bestuiving met hommels voor de gebruiker zijn legio:

  • arbeidsbesparing
  • kwaliteitsverbetering
  • productieverhoging
  • bestuiving minder afhankelijk van het weer of van nature aanwezige bestuivers

.

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Voorbeeld van een vijfjarig teeltplan

In de biologische tuinbouw wordt vruchtwisseling toegepast om de bodem gezond te houden: dit betekent dat elk stukje land elk jaar voor een ander gewas wordt gebruikt. Dierlijke mest en compost zorgt voor een gezonde, levende bodem.
Die bodem is het kapitaal van de tuinder.
Biologische grond bevat veel meer biodiversiteit, heeft een betere waterhuishouding en slaat meer organisch materiaal op – dat is weer gunstig voor het klimaat.
De gewassen zelf krijgen vaak meer tijd om te groeien, wat de smaak en kwaliteit ten goede komt.
Hieronder staat een voorbeeld van een vruchtwisselingschema een akker.
Kool mag zelfs maar 1 keer in de 4 tot 5 jaar op dezelfde plek staan.
In het Oosterdelgebied houden wij een vruchtwisseling van 5 jaar aan. Dit betekent dat je een teeltplan maakt over 5 jaar. De akker wordt hiervoor in vijf gelijke stukken. verdeeld:
1       Een vak met wortelgewassen zoals aardappel, peen, rode biet, uien,
2       Een vak met blad/stengelgewassen zoals andijvie, sla, prei
3       Een vak met bloemgewassen zoals bloemkool, savooie kool, boerenkool, radijs
4       Een vak met vruchtgewassen zoals: erwt, peul, stokboon, stamboon, pompoen
5       Een rustvak met gras. In de herfst wordt de groenbemesting ondergespit en het vak ruim voorzien van compost. Na de winter kunnen de eerste wortelgewassen (vroege aardappel) er in.

-          een vruchtwisseling om ziektes en grondarmoede te voorkomen.

-          Aanplanting/zaai van (diverse) bloeiende onkruiden om bijen en vlinders te bevorderen (en tevens als soort van rust/wachtbed te kreeren in je vruchtrotatie)

-          Denk aan aanplant/zaai groenbemester.

-          Benaderen van Bioboeren voor aanlevering van diverse mestsoorten bv. Koeimest, geiten, kippen of paardenmest (let wel oud en afgelegen mest ivm onkruiden en stikstoffisatie)

-          Een teeltplan niet alleen op basis van oogst maar ook op basis van planting.

-          Tunnels kunnen handig zijn om e.a. te vervroegen.

-          Vele groentesoorten hebben alle hun eigen kiem temperatuur en opgroei klimaat dus een ruimte met stook/koel mogelijkheden is wenselijk.

-          Denk bij de keuze van je rassen aan ziektegevoeligheid, resistenties

-          Rassen keuze evt ook laten bepalen door de “veldcapaciteit” dwz dat als een gewas oogstrijp is, dat het nog een tijdje op het veld kan staan zonder slecht te worden (bv doorschieten, rotten, verbranden etc etc)

-          Gebruik van regenwater of bronwater? Geschiktheid laten testen

-          Gewasbescherming, ook voor biologische middelen is een spuitlicentie nodig

-          Gewasbescherming plaagonderdrukking; diverse biologische bestrijders ; Biobest, Agrobio

Voor de start van een bioteelt (zeker op uw grotere schaal) is het aan te raden om bij de start (zeker slateelten) gebruik te maken van plantjes in perspotjes.

Hierbij kunt u zich concentreren op de start van de teelt en kan gaandeweg de opkweek ook aangeleerd worden. (Let op dit is zeer complex en gevoelig)

Hierbij maakt uw teelt een goede start en is de oogst ook beter gewaarborgt.

(komt een zaaiing niet op of mislukt deze opkweek, dan valt zomaar een hele oogst er tussenuit.)

Gewas Zaai-/planttijd
Zaai-/plantafstand in cm.
Afstand tussen de rijen x afstand in de rij
Aardappel (vroeg) eind maart – april 70×30
Aardappel (midden vroeg) april 70×30
Aardappel (laat) eind april – half mei 70×30
Zomerandijvie eind april – begin mei 30×30
Herfstandijvie half juni – eind juli 30×30
Bleekselderij juni 25×25
Bloemkool april – begin juli 60×50
Boerenkool mei – juni 60×50
Bosui eind maart – mei 25×2
Broccoli april – juli 60×50
Courgette april – half juni 100×100
Knolselderij maart 40×40
Komkommer mei 120×50
Kropsla april – augustus 25×25
Kroot (rode biet) april – eind juni 30×5
Peul (rijs) eind februari – april 120×3
Peul (stam) eind februari – april 40×3
Plantui maart – eind mei 25×10
Prei (zomer) januari – februari breedwerpig zaaien
Prei (herfst) half maart – april 25×25
Prei (winter) mei – juni 25×25
Pronkboon half mei – eind juni 80×60
Radijs maart – eind augustus 10×2
Rode biet april – eind juni 30×5
Rode kool (zomer) februari – eind maart 60×50
Rode kool (winter) maart – april 60×50
Savooiekool april – eind juni 60×50
Sjalot maart – april 30×15
Snijbiet maart – eind juli 30×2
Snijsla april – eind mei 25×1
Spinazie febr. – eind aug. 10×0
Spitskool april – eind juni 40×40
Spruitkool april – mei 60×50
Stamslaboon half mei – half juli 35×5
Stamsnijboon half mei – half juli 35×5
Stokslaboon half mei – half juni 80×60
Stoksnijboon half mei – half juni 80×60
Tuinboon eind februari – half mei 70×10
Veldsla augustus – september 10×0
Witte kool (winter) maart – april 60×50
Wortel (zomer) half maart – half juli 25×1
Wortel (winter) half maart – eind mei 30×2
IJsbergsla april – begin augustus 25×25
Zaai-ui maart – april 25×1
Zilverui eind maart – begin mei 25×0
th[10]
platen-hoofdfoto[1]

Het project GOEDCOOP Ambulant is een samenwerking van ambulante kraamhandelaren en een wijk distributiecentrum dat hen bevoorraadt in een wijkcoöperatie. Eén GOEDCOOP ambulant op elke 25 000 inwoners zou meer dan genoeg zijn voor de uitbaters. Gezien de benodigde omzetten per deelnemende kraamhouder zou je al gauw 75 tot 100 kramen nodig hebben om 25 000 mensen te kunnen voorzien van dagelijks vers voedsel.

 Stimuleren regionale kleinschalige teelt.

Voedsel voor het wijk/regio distributiecentrum wordt aangevoerd door regionale (biologische)boeren en lokale telers(ook hobbytelers kunnen voedsel aanleveren).

Met een lokale GOEDCOOP ambulant in elke regio kunnen we onze voedseldistributie weer teruggeven aan de gewone man, zodat de kans ontstaat dat mensen eenvoudig en met weinig investering in elke gemeente of stadswijk in Nederland een florerend ambulant handeltje kunnen opzetten.

 

 

 

Het concept: na inventarisatie bij de lokale overheden in verband met de afgifte van vergunningen worden er een groot aantal plaatsen aangewezen als locatie van waaruit ambulant groente en fruit verkocht mag gaan worden. Bij elke regionale GOEDCOOP ambulant kunnen startende ondernemers zich aanmelden voor een standplaats. Elke standplaats is een zelfstandig bedrijf en komt op naam van de ondernemer(s) te staan. Men behoeft een vergunning voor de specifieke standplaats, inschrijving als ambulant handelaar bij de Kamer van Koophandel en een BTW nummer. Men huurt of koopt de kraam bij de lokale GOEDCOOP ambulant. Het regionaal distributiecentrum levert dagelijks groente en fruit. Het distributiecentrum fungeert evenals de kraamhouder als een zelfstandig bedrijf.

De (biologische) boeren en telers die zijn aangesloten bij de regionale GOEDCOOP ambulant hebben hun werkgebied bij voorkeur in de regio. Vervoer van de producten wordt zo tot een minimum beperkt. Zij krijgen voor hun producten een betere prijs dan bij de grote supermarkten.

Met een structurele samenwerking in regionale teelt en verkoop van versvoedsel kunnen ineens weer velen mensen een modaal inkomen vergaren.