Have an account? Log in or

Van wie is dit gouden Kalf?

Van wie is dit gouden Kalf?

DelenShare on Facebook

Intro: Van wie is dit gouden kalf?

Wie verdiend er het meest aan kalveren? Is het de supermarkt? Is het de patenthouder van veevoergewas, de veevoer industrie , de vlees industrie of de veeboer? Die laatste niet want er moet behoorlijk wat bij.

92 % aan de kosten van de kalveren industrie is subsidie om de kalveren business in stand te houden! Als mijn of Uw bedrijf niet rendabel genoeg wat gebeurd er dan ?

U gaat dan gewoon moeten stoppen!

Maar wat is er dan zo noodzakelijk aan het Kalfs product. Dat dit zo vol gestopt word met Europees belasting geld?

Wie weet het antwoord?

Antwoord is ………alleen maar geld verdienen.En dat niet door slagerijen want die zijn er haast niet meer.

‘Kalverboeren voor 92 procent afhankelijk van Europese subsidies’

nrc.checkt Dat zei staatssecretaris Martijn van Dam (Landbouw, PvdA) in de Tweede Kamer.

 
Foto iStock 

De aanleiding

Vorige week debatteerde de Tweede Kamer met staatssecretaris Martijn van Dam (Landbouw, PvdA) over de Commissie toekomst veehouderij. Dat is niet de eerste commissie met een dergelijke onderzoeksopdracht. In het recente verleden, mopperde CDA’er Jaco Geurts, kenden we al de commissie-Wijffels, de commissie-Van Doorn, de commissie-Alders, de commissie-Veerman en de commissie-Rosenthal. En nu „komt er wéér een nieuwe commissie”.

Volgens Van Dam zal deze commissie, onder leiding van voormalig VVD-leider Ed Nijpels, met „concrete voorstellen” komen voor een „verdere verduurzaming van de intensieve veehouderij, in ecologisch, sociaal en economisch opzicht”. Dat laatste, economische aspect is volgens hem nodig omdat de rentabiliteit van een aantal takken van veehouderij op het spel staat. Zo is er sprake van overproductie in de varkensvleessector en werd de „vleeskalverhouderij de afgelopen jaren op de been gehouden door Europese subsidies”. 92 procent, zei de staatssecretaris uit het hoofd, „van het inkomen van het gemiddelde bedrijf kwam uit EU-subsidie en dus niet uit de bedrijfsvoering”. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

Deze vraag stelde Kamerlid Geurts (voormalig varkenshouder) ook in het debat. Staatssecretaris van Dam zegde toe het te zullen uitzoeken. Hij liet vast weten dat het getal gebaseerd is op cijfers van CBS en het Landbouw Economisch Instituut (LEI).

En, klopt het?

De database van het CBS biedt veel interessante cijfers over de omvang van de Nederlandse kalfsvleessector. Zo werden er vorig jaar bijna 1,5 miljoen vleeskalveren geslacht, afkomstig van ruim 1.900 bedrijven, waarvan een kleine 1,3 miljoen dieren jonger dan 9 maanden. In totaal leverde dat een vleesproductie op van iets meer dan 225 miljoen kilo. Die data geven nog geen inzicht in de bedrijfsvoering. Hoeveel euro’s leveren al die kilo’s voor wit- en rosévlees op en hoeveel krijgt de veehouder aan subsidie?

Daarvoor bladeren we, op aanwijzing van onderzoeker Willy Baltussen van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek, door Agrimatie. Dat is het rijke databestand van het LEI. Uit de tabel ‘Verlies- en winstrekening Vleeskalverbedrijven’ blijkt dat de omzet van een gemiddeld bedrijf in 2015 243.900 euro bedroeg. Het gros van die opbrengsten komt uit de vergoeding die vleeshandelaren de veeboer bieden: gemiddeld 165.300 euro. Uit ‘inkomstentoeslagen en subsidies’ kreeg de veehouder vorig jaar gemiddeld 52.800 euro. Dat zetten we af tegen het inkomen dat de boer onder aan de streep (maar vóór belastingen) overhoudt. Dat bedrijfsinkomen bedroeg vorig jaar gemiddeld 66.200 euro. De 52.800 euro aan subsidies en toeslagen is daarvan 79,8 procent.

Dat is nog geen 92 procent, waar staatssecretaris Van Dam over sprak.

Een woordvoerder van het ministerie laat ter toelichting weten dat Van Dam het gemiddelde over de afgelopen zes jaren had bedoeld. Dat lag, blijkt uit dezelfde CBS-statistieken, qua subsidiestroom op 50.700. Dat is inderdaad ruim 92 procent van het gemiddelde ‘bedrijfsinkomen’ van 55.000 euro.

Willy Baltussen vertelt erbij dat de Europese slachtpremies voor kalveren in 2011 zijn stopgezet. Tot dusverre worden die naar rato gecompenseerd, maar per 2020 zullen ze definitief worden vervangen door een andere, veel lagere subsidie. Dat financieel sombere vooruitzicht zal een van de uit te zoeken kwesties voor de commissie-Nijpels zijn.

Conclusie

De bijna terloopse opmerking van staatssecretaris Van Dam blijkt overeen te komen met de onderliggende data waar hij naar verwees. Zijn stelling is waar.

Comments are closed.